Zussen

Op een grindpad ergens op een camping in Brabant liepen dertig jaar geleden twee meisjes. De ene was vijf jaar, de andere was tien. Die van vijf had twee vlechtjes in haar haren en sleepte een geel eendje achter zich aan. Het meisje van tien had bruine knieën van het spelen en sleepte haar zusje achter haar aan. Deze grote zus liet geregeld haar vriendjes bij de boomhut achter zodat ze die kleine even kon op zoeken. Om te kijken of alles nog goed was. Het was altijd goed, maar misschien kwam dat omdat de grote zus altijd op tijd kwam kijken. De zon stond laag terwijl ze doorstapten en ze roken hun moeders pannenkoeken. Ze waren samen. Het kleine meisje keek naar het grote meisje en hoopte dat het voor altijd zo zou blijven.

De grote zus is vandaag veertig jaar geworden en ondanks dat de zon een stuk minder fel schijnt dan toen op de camping, en dat we elkaar niet mogen zien, ben ik blij. Voor haar, voor mij, dat ze er is. We videobellen. Mijn dochter gilt tijdens het hele gesprek ‘tanta, tanta, tanta!’. Tanta is moe, ik zie het, ook al lacht ze. De quarantaine doet haar geen goed. Mijn zus houdt van drukte, van bezig zijn, van mensen en terrasjes. Ze heeft kleine oogjes en haar haren zitten door de war.

Al jaren hangen haar haren op haar schouders, donkerbruin gekleurd, soms een rode gloed. Toen we naar de caravan liepen, waren haar haren lichtbruin en had de kapper een pony geknipt. Haar haren hebben ook in een kuif gezeten. Daarna zijn ze met gel besmeurd en in een rode zakdoek gepropt. Haar kapsel is zwart geweest en rood en het is tot huilens toe weleens door een slechte thuiskapper verknipt. Ik was er om te zeggen dat haar kapsel leuk zat of dat het heus wel meeviel. En dat deed ze ook bij mij. Na een mislukte blondeerpoging riep ze ooit lachend tegen me: “Je lijkt Geert Wilders wel!” Daarna ging ik ook huilen en nam ze me mee naar de kapper.

Kapsels veranderen. Kleding verandert. Eetgewoonten veranderen. Aardappels veranderen in quinoa. Kinderen worden volwassenen. Ouders veranderen in mensen. Mensen worden moeders. Niks blijft zoals het is. Behalve mijn zus. Die werd volwassen, partner, moeder maar bleef ook precies wat ze was. Mijn zus.

Bedankt zus, dat je op de camping de grote jongen die stenen naar me had gegooid, een blauw oog sloeg. Bedankt voor rugtekenen voor het slapen gaan. Bedankt voor het wegaaien van mijn buikkrampen toen ik voor het eerst ongesteld werd. Bedankt dat ik met jou mee uit mocht naar de Skihut, terwijl je daar misschien geen zin in had. Bedankt dat ik bij je mocht huilen, terwijl jij ook verdrietig was om de scheiding. Bedankt dat je bij elk vriendje zei dat ik het wel echt met condoom moest doen. Bedankt dat je vertrouwen in me hebt. Bedankt dat je zegt dat ik moet doorbijten als er iemand de moeite waard is om lief te hebben. Bedankt dat je er was toen mijn dochter was geboren. Bedankt dat je gelooft in wat ik maak. Bedankt dat je me accepteert. Bedankt dat ik bij jou mag horen.

Van een stoere meid van tien veranderde mijn zus in een puber, in een drammer, in een lieverd, in een harde werker, in een oermoeder, een lieve partner en nu is ze dat allemaal in één. Een vrouw van veertig jaar. Als we gaan ophangen zegt ze, ondanks dat ze moe is en de quarantaine beu, op een tantestem tegen mijn dochter: ‘Je bent zo lief, ja, ja je bent zo lief!’ Ik bedenk me dat er maar een iemand in de wereld is die mijn dochter ziet zoals haar tante, zoals mijn zus. Dit is een nieuwe, bijzondere relatie, het is een nieuwe herinnering die we maken. Zoals we er al zo velen deelden.

Mijn zus is de enige die ook weet hoe mijn moeders pannenkoeken vroeger roken, hoe zacht ons eerste hondje aanvoelde en met haar ogen dicht is zij de enige in de hele wereld die in een warme auto ook Celine Dion Destin in haar hoofd hoort zingen.

Ze is mijn enige link naar ons verleden, maar ook de enige constante factor in de toekomst. Ze zal er zijn als ik failliet ga, of als ik debuteer. Ze zal er zijn als mijn dochter lacht, ze zal er zijn als mijn dochter de boel terroriseert in haar puberteit. Ze zal er zijn om mee te lachen en om me bij te verstoppen. Dat mag ze ook bij mij. We zullen op elkaars kinderen passen en samen op vakantie gaan. We zullen eten en drinken en praten. We zullen verdriet delen als onze ouders sterven en als enigen herinneren hoe zij onze ouders waren. We zullen klagen over de overgang en ons afvragen waarom we nog steeds te weinig tijd hebben, ook al zijn we met pensioen. Ze zal altijd trots op me blijven. En ik op haar. Alles verandert, maar dat niet. Ik zal altijd naar haar kijken zoals die kleine naar die grote keek op de camping vijfentwintig jaar geleden.

Van harte zus, op je veertigste.

DELEN:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s